De kansen van flextaxi’s, deelvervoer & meerijden

Onderdeel van: Programma snelstudies 


Naast openbaar vervoer – bus, tram metro en trein – kunnen andere vormen van vervoer de bereikbaarheid van een gebied of de keuze van de reiziger vergroten. Denk aan flexvervoer (taxibusjes), deelvervoer (deelfietsen, deelauto’s) en meerijden (carpoolen, liften), al dan niet te regelen via een app. Breder OV mét deze vervoervormen erbij noemen we ‘publiek vervoer’. Publiek vervoer kan ervoor zorgen dat het vervoer beter aansluit bij wensen van de reiziger en dat kosten voor de overheden afnemen. In het coalitieakkoord 2023-2027 van Zuid-Holland staat beschreven om te werken aan ‘Maatregelen en innovaties om gebruik OV te bevorderen’.

Huidige situatie
De reizigersaantallen in het OV zijn nog niet op het niveau van vóór corona, blijkt uit onderzoek van kennisinstituut KiM. Vooral in het landelijk gebied leidt dit tot een uitdaging: de ‘dikke’ lijnen blijven nog bestaan doordat ze genoeg reizigers trekken, maar op dunne vervoersstromen zijn soms te weinig reizigers om een buslijn te rechtvaardigen. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat reizigers frequent, snel en betrouwbaar OV willen: een bus die door alle dorpen kronkelt is natuurlijk een stuk minder snel en dus minder aantrekkelijk. Met name als er lange afstanden afgelegd moeten worden. Hoogwaardig OV (HOV) voldoet vaak wél aan deze wensen die de reiziger heeft.

Meer informatie

Doordat mensen sinds corona vaker thuis werken, en met gebruik van auto of (elektrische) fiets het OV proberen te vermijden, reizen er minder mensen met het OV dan vóór corona. Het is lastig om hen weer in het OV te krijgen. Het is dus van belang bestaande reizigers in het OV te houden, privéautogebruik waar nodig te ontmoedigen én het OV voldoende aantrekkelijk te maken voor nieuwe reizigers. Het snelle, frequente en betrouwbare OV dat de (potentiële) reiziger wil, moet gepland kunnen worden aan de hand van actuele reisinformatie, en moet een goede uitstraling hebben. Hoogwaardig OV sluit hier op dit moment vaak al goed bij aan. Kenniscentrum CROW-KpVV hanteert deze 10 geboden voor HOV:
1. eenvoudig & inzichtelijk 
2. samenhangend met ander OV 
3. dichtbij & frequent 
4. snel & betrouwbaar 
5. sociaal veilig 
6. comfortabel 
7. toegankelijk 
8. uitstraling 
9. redelijk tarief 
10. passend in omgeving.
 
Doelgroepen voor OV 
De belangrijkste doelgroepen van het OV zijn scholieren, studenten, forensen en mensen die geen auto/fiets hebben of slecht ter been zijn. Daarnaast kan het OV mikken op bijvoorbeeld recreatieve reizigers (dagjesmensen/toeristen) en winkelend publiek. Ook is het belangrijk te onthouden dat er twee soort OV-reiziger zijn: de gedwongen reiziger, die geen eigen auto of fiets bezitten of kunnen/mogen besturen en daardoor niet overal met eigen vervoer kunnen komen, en de keuzereiziger, zij hebben wél de keuze tussen eigen auto/fiets en openbaar vervoer.

Focus op landelijk gebied 
De focus van deze snelstudie ligt op het landelijk gebied. Denk aan bepaalde gebieden in de OV-regio’s Drechtsteden, Molenlanden en Gorinchem (DMG), Hoekse Waard/Goeree-Overflakkee (HWGO) en Zuid-Holland Noord (ZHN, rond Alphen aan den Rijn en Leiden). Stedelijke gebieden als de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) zijn al goed te bereiken met het OV. 

Inspiratie voor overheden, vervoerders & reizigers 
Deze snelstudie dient als inspiratie voor politici, bestuurders en ambtenaren van provincies, regio’s en gemeenten, maar ook voor vervoerders, andere mobiliteitsaanbieders en reizigersoverleggen. Voor deze snelstudie hebben we veel ideeën opgehaald bij deskundigen1, zoals Arend Klaassen van de Mobiliteitsfabriek, Lisette de Lijster de Raadt van regiecentrale Stroomlijn, Jan van Selm van DOVA (overheden die het OV aansturen), Frank van Setten van vervoerder Arriva en leden van Reizigersoverleg HWGO. Ook hebben we gekeken naar stappen van andere provincies op het vlak van publiek vervoer. 

Voor waar het (H)OV niet komt

Klein busje met vrijwilliger dat rijdt volgens een dienstregeling

Vraagafhankelijk vervoer dat verschillende vormen kent

Te gebruiken voor de last mile óf de hele reis. Andere optie in deze categorie: de deelscooter.

Aanbevelingen

Algemene aanbevelingen voor OV: versterk en garandeer snel & frequent (H)OV
  • Maak ‘dikke’ (bus)lijnen hoogwaardiger: sneller, frequenter en comfortabeler en vindt de spiraal omhoog: snellere en frequentere lijnen betekent meer reizigers en dus (relatief) lagere kosten.  
  • Garandeer dat het basisnet (van HOV en ‘goede’ buslijnen met genoeg reizigers) gedurende een lange periode in stand blijft qua route, snelheid en frequentie. Zo creëer je betrouwbaarheid en continuïteit voor de reizigers.
  • Organiseer een ‘wolk van vervoeroplossingen’ rond deze (H)OV-lijnen, zodat een sterk systeem ontstaat waarin iedereen mee kan tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten. 
  • Dwing open data af, zodat er actuele reisinformatie is voor alle partijen die dat willen en de provincie over data beschikt om beleid op te baseren. 
  • Denk na of je als provincie het OV in landelijk gebied wilt verbreden naar publiek vervoer.
Vervoerssysteem: maak er één geheel van
  • Hou het publieke vervoersysteem zo aantrekkelijk, eenvoudig en vanzelfsprekend mogelijk.
  • Sluit bij voorkeur aan bij bewezen succesformules, zoals de buurtbus, OV-fiets en Vlinder.
  • Verken met gemeenten het dubbelgebruik van Wmo-taxibusjes voor vraagafhankelijk OV. Laat Wmo-reizigers die dat kunnen voor een aantrekkelijk tarief ook het OV februiken. ‘Ontschot’ daarvoor provinciale respectievelijk gemeentelijke budgetten voor he Wmo.
  • Stuur bij het verstrekken van subsidies sterker op de brede mobiliteitsdoelen van de provincie; zorg dat ook gemeenten investeren in het juiste. 
  • Betrek grotere werkgevers, onderwijsinstellingen en toeristische ondernemers bij de ontwikkeling van vraagafhankelijk OV en deelvervoer, ook voor het verbeteren van hun bereikbaarheid en/of business cases. 
  • Bereken de maatschappelijke kosten én opbrengsten van OV, flextaxi’s, deelvervoer en meerijden (per reizigerskilometer), zodat je steeds betere afwegingen kunt maken (ook met het oog op brede welvaart). 
Verzorg hulpmiddelen voor de reiziger: reisplanner, MaaS-app & regiecentrale
  • Maak het plannen, boeken en betalen van flextaxi’s en deelvervoer zo eenvoudig mogelijk. Voeg flextaxi’s, deelvervoer en zo mogelijk ook meerijden (carpoolen) toe aan reisplanners. 
  • Zorg voor een overkoepelende MaaS-app van OV-bedrijven en andere mobiliteitsaanbieders. Die moet zorgen dat reizen van-deur-tot-deur zo makkelijk en overzichtelijk mogelijk wordt.
  • Maak je hard voor zo’n overkoepelende MaaS-app samen met Rijk en andere OV-autoriteiten (provincies, MRDH & Vervoerregio Amsterdam). 
  • Zorg voor één publieke regiecentrale (digitaal én telefonisch mobiliteitsplatform) per regio die de vraagafhankelijke voertuigen aanstuurt. Medewerkers van het callcenter moeten de ‘taal’ spreken van de reiziger die belt (in plaats van online reserveert).
Weeg als provincie af of je OV in het landelijk gebied wilt verbreden naar publiek vervoer, zo ja:
  • Neem in het bestek voor de aanbesteding eisen op die het samenspel tussen OV-bedrijf en andere mobiliteitsaanbieders waarborgen.
  • Stel strakke eisen voor een OV-basisnetwerk, met duidelijke garanties voor de bewoners.
  • Creëer in de aanbesteding ruimte voor innovatie: geef het OV-bedrijf geen alleenrecht in het hele concessiegebied, maar (bijvoorbeeld) alleen op het basisnet bestaande uit HOV-lijnen en reguliere buslijnen met genoeg reizigers. Laat daarbuiten ruimte voor experimenten van andere aanbieders van mobiliteit.
  • Verplicht het OV-bedrijf tot zelfrapportages over het samenspel met flexvervoer, deelvervoer & meerijden.
  • Verplicht het OV-bedrijf om tijdens de concessie te innoveren/ontwikkelen/vernieuwen. Dit kan in de vorm van een samenwerkingsovereenkomst met de provincie (in plaats van de standaardrelatie van opdrachtgever-opdrachtnemer). Dit kan ook in de vorm van een apart programma, zoals in Noord-Brabant.
  • Stel een toetsingskader op waarmee de ontwikkelplannen van de vervoerder kunnen worden getoetst. Hierdoor kan je samen met de vervoerder zorgen voor voldoende ontwikkeling in de richting die je als overheid wenst.
  • Sluit buiten de concessie aparte contracten voor flexvervoer en deelvervoer als een andere partij wél de gewenste vervoersvraag kan realiseren. Kies dus niet persé één vervoerbedrijf om alles te regelen, maar kies de beste aanbieder per vervoerwijze.
  • Denk na over het inzetten van vrijwillige chauffers, maar ook flextaxi’s: wil je dat als provincie bevorderen of niet?
  • Denk na over meerijden: wil je dat als provincie bevorderen of niet? Weeg daarbij zaken als financiële steun en sociale veiligheid af.
  • Benut de regionale verkeers- en vervoersberaden van provincie en gemeenten meer om OV, flexvervoer, deelvervoer en meerijden beter af te stemmen en lessen te delen
  • Verbreed de zeggenschap van regionale reizigersoverleggen van OV naar publiek vervoer, of vraag de vervoerder om een klantenpanel op te richten om zo de te zorgen dat de wens van de reiziger gehoord blijft.

Conclusie

Bij publiek vervoer verbreed je het OV met flextaxi’s (ook van gemeenten), deelvervoer (van mobiliteitsaanbieders) en meerijden (vaak via apps), zodat reizigers meer vervoermogelijkheden krijgen. Als je dat als provincie wilt, is stap 1 het inbouwen van ruimte in aanbestedingen van OV-concessies, zodat je tijdens de volgende concessie kunt experimenteren. Bedenk wel dat publiek vervoer permanent in ontwikkeling is als gevolg van veranderende maatschappelijke en financiële omstandigheden. Dit vraagt om inspanning, kennis, regie en samenwerking van de provincie. Vergeet niet het om Hoogwaardig OV en buslijnen met genoeg reizigers te versterken, omdat die vervoervormen het meest inclusief zijn: voor iedereen te gebruiken tegen relatief lage tarieven. En kijk goed naar bewezen en simpele oplossingen als Buurtbus, deelfiets (zoals OV-fiets) en Vlinder. Want de reiziger moet altijd centraal staan. 


  1. Voor dit onderzoek zijn de volgende personen geïnterviewd: Arend Klaassen (Mobiliteitsfabriek), Lisette de Lijster de Raadt (Stroomlijn), Jan van Selm en Fransje Oudshoorn (DOVA), Frank van Setten (Arriva), reizigersoverleg ROCOV, Dennis Diepstraten (gemeente Goeree-Overflakkee), Erica van Ree (gemeente Hoeksche Waard), Juul Buitink (gemeente Dordrecht), Caspar de Jonge en Dirk Grevink (IenW), Marcel Sloot (CROW), Edwin Voorbij (Holland Rijnland), Marjan Knippenberg (Stichting NederlandLift) en een bijeenkomst met verschillende gemeente ambtenaren in Midden Holland.

    Het onderzoek is tot stand gekomen in samenwerking met Marc Maartens en MuConsult. ↩︎
Deze website maakt gebruik van cookies

Lees meer