Onderdeel van de snelstudie ‘OV verbreden naar publiek vervoer


Een taxi is een door een chauffeur bestuurd vervoersmiddel dat op afroep op een door de reiziger bepaald traject rijdt. Er zijn twee hoofdvormen: ten eerste de taxi die één rit maakt en is afgeroepen door één reiziger (commercieel vervoer). Voorbeelden hiervan zijn Uber en Bolt, actief in met name steden. Hun apps werken als taxicentrale: zij verbinden klanten met taxichauffeurs en privé-chauffers. Beide diensten zijn een comfortabele manier om van deur tot deur te reizen. Het tarief is hoger dan van het OV, maar meestal lager dan dat van de traditionele (straat)taxi. In landelijke gebieden zijn steeds minder taxi’s te verkrijgen, omdat de markt er te klein geworden is.
De tweede vorm van de taxi is de deeltaxi/flextaxi: de taxi kan meerdere reizigers die apart een reservering hebben gedaan vervoeren. Een bekende vorm hiervan is bijvoorbeeld doelgroepenvervoer, gesubsidieerd door de overheid.

Flextaxi: vraagafhankelijk OV
Een flextaxi is een deeltaxi (busje of personenauto) die vraagafhankelijk rijdt, dus alleen als reizigers zich van tevoren hebben aangemeld (per app of via telefoon). Zo voorkom je dat voertuigen leeg rondrijden. Als dat past voor de route, worden ritten van verschillende reizigers gecombineerd. Hoe hoger deze ‘combinatiegraad’, hoe efficiënter deze flex- of deeltaxi. Daardoor – en vooral ook door subsidie – kan een deeltaxirit minder duur zijn dan een gewone taxirit. 
Vraagafhankelijk OV kent veel varianten: wel of geen vaste lijn, wel of geen vaste dienstregeling, wel of geen vaste haltes, deur-halte (hoger tarief dan OV-tarief), halte-halte, halte-hub en zelfs deur-deurvervoer (taxitarief). De uitvoering van vraagafhankelijk vervoer ligt meestal bij regionale taxibedrijven, de regie meestal bij een regiecentrale. Nadeel is dat deeltaxi’s vaak niet te herkennen zijn als onderdeel van het OV. Vraagafhankelijk OV opereert ook onder namen als Belbus (ook te boeken via website), Halte- en Hubtaxi, OV-op-Maat (in HWGO), Bestelbuzz (in DMG) of Regiotaxi.

Halte- en Hubtaxi 
Groningen/Drenthe, Noord-Brabant en Zeeland hanteren deze eigen varianten op de flextaxi:
1. Haltetaxi: taxi van halte naar halte 
2. Hubtaxi: taxi van halte of andere locatie naar hub/knooppunt/station (voor aansluiting op OV). 
Let op: volgens de Wet personenvervoer 2000 rijdt OV van halte naar halte volgens dienstregeling. Een door de overheid gesubsidieerde OV-taxi mag (waarschijnlijk) in het kader van mededingingsregels niet van deur tot deur rijden omdat hij anders oneerlijk zou concurreren met een commerciële taxi die géén subsidie ontvangt.

Doelgroepenvervoer van gemeenten, Rijk & zorgverzekeraars
Het grootste deel van de taximarkt is het vervoer van ‘doelgroepen’: 
1. In opdracht van gemeenten: vervoer naar dagbesteding (Jeugdwet), naar speciaal onderwijs, naar sociale werkvoorziening (Participatiewet) en regionaal vervoer voor geïndiceerde ouderen en mensen met een beperking (Wet maatschappelijk ondersteuning).  
2. In opdracht van Rijk: bovenregionaal vervoer voor geïndiceerde ouderen en mensen met een beperking (Valys), naar dagbesteding/dagbehandeling (Wet langdurige zorg) en naar werk (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). 
3. In opdracht van zorgverzekeraars: naar instelling of zorgverlener (ziekenvervoer).

Alle (taxi)busjes voor iedereen? 
In het doelgroepenvervoer gaat bijna net zoveel subsidie om als in het OV. Steeds meer gemeenten proberen uit oogpunt van lagere kosten en meer zelfredzaamheid hun Wmo’ers – al dan niet met ondersteuning van OV-ambassadeurs en/of apps – met het OV te laten reizen. Een voorbeeld is de Voor Elkaar Pas van vervoerder Arriva in de Achterhoek en Limburg. Pashouders mogen gratis een begeleider meenemen. Een ideaalbeeld is om álle taxibusjes voor iedereen beschikbaar te maken zodat de inzet veel efficiënter wordt. Dat heet ‘ontschotten’ (op één hoop te vegen), ook van bijbehorende subsidies. Ontschotting eist samenwerking tussen Rijk, gemeenten en zorgverzekeraars, los van de vraag of alle doelgroepen wel bij elkaar in een busje willen en (qua reiswensen) passen.

Zes succes factoren voor flextaxi’s

Geen vooraanmeldtijd

Succesvol flexvervoer kent (in het buitenland) geen minimale vooraanmeldtijd, terwijl reizigers in Nederland zich vaak minimaal een of twee uur van tevoren moeten aanmelden. Omdat een voertuig eerst naar de instapplek moet rijden, zal een wachttijd onvermijdelijk zijn: gemiddeld zo’n 20 minuten.

Eenvoudig boeken en betalen

Eenvoudig kunnen boeken en betalen vergroot het gebruiksgemak van de dienst. Bijvoorbeeld via een MaaS-app (Mobility as a Service) of via OVpay (OV-chipkaart, bankpas, creditcard of smartphone). 

Samenhang met OV

Flexvervoer opnemen in het OV vergroot de kans op succes. Zorg dat het flexvervoer aansluit op lijndiensten, zowel fysiek (op haltes, hubs, knooppunten, stations) als digitaal (in reisinformatie).

Geen vaste route

Een vaste route beperkt de flexibiliteit. Software om efficiënt routes te plannen en ritten te combineren wordt steeds slimmer. Hanteer wel een netwerk van (echte of virtuele) haltes. 

Breed bekend & marketing

Een (nieuw) vervoersysteem moet breed (liefst landelijk) bekend zijn, bijvoorbeeld met marketing onder scholieren, forensen, dagjesmensen, ouderen. Kies voor een uniforme, bij het OV passende uitstraling (naam, huisstijl, voertuigen).

Betrouwbaar & garanties

Maak het flexvervoer betrouwbaar en geef reizigers garanties: maak het bijvoorbeeld op vaste dagen en tijden beschikbaar, en garandeer dat je de aansluiting op de trein haalt. Geef veranderingen tijdig door aan huidige en potentiële reizigers.

Voor- en nadelen flextaxi 
+ rijdt alleen als reiziger zich heeft aangemeld (per app of telefoon) 
+ vaak rechtstreekse rit 
+ vaak snelste route 
– vaak duurder dan zelfde reis per OV 
– minimaal een of twee uur van tevoren reserveren wat een drempel vormt
– flextaxi kan kwartier eerder tot kwartier later komen 
– flextaxi moet soms omrijden om andere reiziger(s) op te pikken of af te zetten, je weet dus niet zeker hoe lang je reis zal duren (en of je je aansluiting haalt)
– te weinig capaciteit bij plotselinge drukte of piek (evenement, slecht weer).

Wat kunnen we doen?

  • Mogelijkheden verkennen voor combineren Wmo-taxibusjes én OV tot publiek vervoer
  • Vervoervraag in beeld brengen, kijken naar behoeften van de reiziger (én net-niet-reiziger) en daar aanvullend OV op inrichten en blijven verbeteren.

Verder lezen…
Whitepaper Flexvervoer – het streekvervoer van de toekomst

Deze website maakt gebruik van cookies

Lees meer